1) Objecten onderscheiden (A vs. B)
Zo werkt het: Twee speeltjes (bijv. bal & knuffeldier). Benoem er één ("Bal"). Leg beide 1 m voor jullie neer, stuur hem met "Haal de bal".
Doel: Hij kiest doelgericht het benoemde object.
Verhoging: Derde object toevoegen.
Maakt indruk, want: Taal + beslissing = zichtbaar "slim".
2) Beker-Memory
Zo werkt het: 3 bekers, 1 snack eronder. Herschikken in het zicht van de hond. "Zoek!"
Verhoging: Vier bekers, grotere afstanden.
Maakt indruk, want: Concentratie & impulscontrole in plaats van hectiek.
5) Handdoek-Puzzel met Regelwisseling
Zo werkt het: Snack in handdoek rollen. Ronde 1: uitrollen. Ronde 2: snack in vouw verstoppen.
Doel: Hond merkt: strategie wisselen!
Maakt indruk, want: Flexibiliteit in plaats van vast patroon.